Inbreuk op portretrecht door werkgever

Een werknemer is door een klant op beeld gezet met het idee dat dit voor interne doeleinden was. Nu blijken beelden van hem gebruikt voor promotie en vindt de werknemer dat hij recht heeft op een vergoeding hiervoor en een verbod voor het gebruik hiervan. De werknemer eist € 10.000,- van de klant. En beroept zich op het portretrecht.

Casus

De eiser in deze zaak is op beeld gezet, volgens hem voor interne doeleinden. Dit gaat om zowel foto’s als filmmateriaal. Hij was op dat moment werkzaam voor een vervoersbedrijf dat opdrachten deed voor Logistics, de gedaagde. Logistics gebruikt het beeldmateriaal voor commerciële doeleinden, zoals een reclamefilmpje en de website. Volgens de eiser is hier nooit toestemming voor gegeven en wordt er door Logistics inbreuk gemaakt op zijn portretrecht.

Eis

De eisende partij eist het volgende:

  • De eiser wil dat er recht wordt gesproken over het inbreuk maken op zijn portretrecht, door deze voor groot publiek te publiceren.
  • Dat de gedaagde aansprakelijk wordt gehouden voor geleden schade en nog te lijden schade, als gevolg van de inbreuk op zijn portretrecht
  • De gedaagde moet veroordeeld worden tot het betalen van € 10.000,- voor het gebruik van zijn portret voor commerciële doeleinden.
  • Dat er onmiddellijk wordt gestaakt met het gebruiken van zijn portret, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag met een maximum van € 25.000,-.
  • De gedaagde te veroordelen in de proceskosten.

De grondslag voor de eis is voor de werknemer, dat er gebruik is gemaakt van zijn portret voor andere doeleinden dan waarvoor de eiser toestemming heeft gegeven. Daardoor maakt Logistics inbreuk op het portretrecht. De eiser heeft eerder aangegeven het niet eens te zijn met het gebruik. Er is overleg geweest met Logistics over een vergoeding voor dit gebruik, ter compensatie. Er is nooit overeenstemming bereikt over het wettelijke gebruik van het beeldmateriaal. Werknemer verzet zich tegen het gebruik van de beelden, omdat hij op deze wijze geassocieerd wordt met Logistics, een bedrijf waar hij nooit direct voor gewerkt heeft.

Verweer

Logistics voert als verweer dat:

  • De eiser toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn portret.
  • De eiser geen redelijk belang heeft waarop hij zich kan verzetten tot het openbaar maken van zijn portret.
  • Om geen verdere discussie te hoeven voeren heeft Logistics, onverplicht, al een regeling getroffen en daarmee alle rechten en plichten tot het portretrecht van de eiser afgekocht.
  • De eiser heeft de door hem geclaimde schade niet onderbouwd.

Beoordeling

Inbreuk op portretrecht
Mag Logistics het gezicht van de eiser commercieel verspreiden?

Als de eiser een redelijk belang heeft mag hij zich hiertegen verzetten, tenzij hij expliciet toestemming heeft gegeven tot publicatie. Er moet dan expliciet toestemming zijn gegeven voor deze wijze van publicatie.
Logistics geeft aan dat de eiser toestemming heeft gegeven voor het gebruik van de beelden, zonder beperkingen. De eiser geeft aan dat hij er vanuit ging dat dit alleen voor intern gebruik was.
Er is niks vastgelegd over de toestemming. De kantonrechter oordeelt dat het maken van de beelden niet gelijk staat aan toestemming voor (onbeperkt) gebruik.

Redelijk belang
Is er een redelijk belang om het gebruik van de beelden te verbieden?
De kantonrechter vindt van wel. Zowel het beeldmateriaal op de website en de bestickering op de transportmiddelen worden aangemerkt als reclame-uiting. De eiser staat prominent in beeld, samen met zijn collega, en is hierdoor ongewild een gezicht geworden van het bedrijf.
Hierdoor wordt er inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde. Dit weegt zwaarder dan het commerciële belang van Logistics.

Afkoopregeling
De rechter is van mening dat er onvoldoende is vastgesteld dat er een regeling is overeengekomen tussen Logistics en de geportretteerde.

Beslissing

De rechter oordeelt dat Logistics inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van de eiser, door het gebruik van beeldmateriaal van de eiser.
De gedaagde is aansprakelijk voor de door de eiser geleden en nog te lijden schade als gevolg van de inbreuk om zijn portretrecht.
De rechter veroordeelt Logistics tot het bedrag van € 5.000,- aan schadevergoeding en beveelt Logistics om binnen twee weken te stoppen met het verspreiden van de beelden. Als ze hier niet aan voldoen dan moeten ze een dwangsom betalen van € 100,- per dag dat er niet aan wordt voldaan, met een maximum van € 5.000,-.
Logistics wordt veroordeelt tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op € 927,38 aan de kant van de eiser.

Ten slotte

Om vast te stellen of er inbreuk is gemaakt op portretrecht en of er recht is op een schadevergoeding hangt dus van verschillende factoren af. Wilt u weten hoe wij u hierin kunnen bijstaan, kijk dan op onze pagina portretrecht. Wij staan u graag bij!

Uitspraak rechtbank Noord-Holland, 22 mei 2019, zaaknummer 7293277