Uitbetaling vrije dagen na einde arbeidsovereenkomst

Drie oud-werknemers eisen uitbetaling van extra vrije dagen waar ze volgens de cao recht op hebben. De oud-werkgever heeft deze bepaling over het hoofd gezien en inmiddels een compensatie uitgekeerd aan de huidige werknemers. De rechter beslist dat de oud-werkgever de nog niet uitgekeerde vrije dagen ook nog moet uitbetalen aan de oud-werknemers. De werkgever zou, op basis van goed werkgeverschap, de cao correct moeten hebben toegepast. Dat de oud-werknemers pas na het einde van hun dienstverband achter kwamen dat de cao niet helemaal nageleefd werd is in beginsel niet aan hen te wijten. 

Casus

De drie oud-werknemers zijn al enige tijd uit dienst als blijkt dat ze, volgens de cao, tijdens hun dienstverband recht hadden op extra vrije dagen of een vergoeding daarvan. Omdat de oud-werkgever een Cao-bepaling is vergeten toe te passen hebben zij tijdens hun dienstverband deze compensatie niet gehad. Voor de werknemers die nog in dienst zijn is afgesproken om de extra vrije dagen over de laatste 5 jaar uit te betalen. Helaas zijn er voor werknemers die al uit dienst zijn geen afspraken gemaakt. Daarom zijn drie oud-werknemers naar de rechter gestapt.

Er blijkt inderdaad dat twee van de drie oud-werknemers in het verleden recht zouden moeten hebben gehad op de extra vrije dagen of een compensatie daarvan. Omdat er aan het einde van het dienstverband geen afspraken zijn gemaakt over de uitbetaling of opneming van vrije dagen kan op basis daarvan geen vergoeding worden geëist.
Wel hebben de oud-werknemers de werkgever ingebreke gesteld, omdat deze de bepaling uit cao over de vrije dagen niet toegepast heeft.

Daarop wordt door de rechter besloten dat het bij de werkgever ligt om werknemers conform de cao in te roosteren. Als de werkgever dit had gedaan dan zouden de werknemers de extra vrije dagen hebben kunnen opnemen of uit laten betalen. De werkgever geeft zelf aan dit niet te hebben gedaan, omdat hij de bepaling vergeten is. Werknemers zijn nooit op de hoogte geweest of gebracht van de extra vrije dagen en konden aan het einde van hun dienstverband ook niks met deze vrije dagen doen. Daardoor heeft de werkgever, waarschijnlijk onbewust, verzuimd goed werkgeverschap toe te passen. De rechter oordeelt dat de oud-werkgever alsnog de openstaande vrije dagen moet uitbetalen, vermeerderd met de wettelijke verhogingen.  

Beslissing

De rechter constateert dat de vrije dagen niet meer opgenomen kunnen worden omdat de werknemers niet meer in dienst zijn. Er zijn geen afspraken voor deze regeling dat deze uren uitbetaald dienen te worden. 

Toch oordeelt de rechter dat het de werkgever te wijten is dat hij de CAO bepalingen niet goed heeft toegepast, ongeacht het feit dat dit waarschijnlijk onbewust is gebeurd. De rechter is van mening dat het van goed werkgeverschap getuigd om de CAO bepalingen correct toe te passen. In dit geval voldeed de werkgever dus niet aan goed werkgeverschap. De werkgever dient de openstaande vrije dagen alsnog uit te betalen, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 50%. Daarnaast moet de werkgever de proceskosten betalen.

Ten slotte

Heeft u ook een geschil met uw werkgever. Leg uw zaak vrijblijvend voor aan onze arbeidsrechtdeskundige.

 

Uitspraak rechtbank Rotterdam, 14 februari 2020, zaaknummer 8054015 CV EXPL 19-40990