Is het non-concurrentiebeding en het boetebeding opgenomen in deze vaststellingsovereenkomst?

In een vaststellingsovereenkomst worden belangrijke zaken opgenomen rondom ontslag waarmee beide partijen hebben ingestemd. Belangrijk voor het verkrijgen van een uitkering is, dat het initiatief bij de werkgever ligt en er geen dringende reden voor het ontslag bestaat (ontslag op staande voet). Een ontslag met een vaststellingsovereenkomst kan nodeloze juridische procedures voorkomen. Deze wijze van ontslag met wederzijds goedvinden zorgt dat er geen ontslagvergunning of toestemming van de kantonrechter nodig is. 

In een vaststellingsovereenkomst zijn een aantal verplichte punten opgenomen. (Daarover leest u hier meer).
Een optioneel onderdeel is een non-concurrentiebeding, hierin kan de werkgever laten opnemen dat de (oud)werknemer een bepaalde tijd niet in dezelfde klantenkring mag opereren of niet bij een concurrent kan gaan werken. Daaraan kan een boetebeding gekoppeld worden, waarbij de oud-werknemer een boete betaalt bij het overtreden van het non-concurrentiebeding.
In de volgende rechtszaak is er discussie ontstaan over het non-concurrentiebeding in de vaststellingsovereenkomst.

Casus

De werkgever heeft haar oud-werknemer gedaagd, omdat hij zich niet zou houden aan het non-concurrentiebeding in de vaststellingsovereenkomst.
In de arbeidsovereenkomst waren drie dingen opgenomen die van belang zijn in deze rechtszaak:

  • een non-concurrentiebeding
  • een relatiebeding 
  • een boetebeding

Tijdens de gesprekken is besproken dat het artikel over het non-concurrentiebeding en relatiebeding opgenomen zou worden. De werkgever had gedacht dat het boetebeding er automatisch bij zou horen. 

Eis

De oud-werknemer is begonnen met twee eigen ondernemingen, waarbij hij een relatie van zijn oud-werkgever heeft aangeschreven over bepaalde prijzen en producten. Ook heeft hij via LinkedIn contact gezocht met een aantal concurrerende bedrijven en een product gepromoot via social media. Dit zou in strijd zijn met het non-concurrentiebeding en de eis is dat hier een boete over betaald dient te worden.

Verweer

De oud-werknemer gaat in verweer en geeft aan dat hij niet op de hoogte was van de zakelijke relatie tussen degene die hij heeft aangeschreven en zijn oud-werkgever. Ook geeft hij aan met zijn twee nieuwe bedrijven niet te concurreren met zijn oud-werkgever. Verder stelt hij dat er geen sprake is van een boetebeding in de vaststellingsovereenkomst en dat het ook niet duidelijk is welke schade de eiseres geleden heeft onder zijn activiteiten. 

Beoordeling 

Boetebeding
Allereerst kijkt de rechter of er wel of geen sprake is van een boetebeding in de overeenkomst. Omdat het boetebeding niet ter sprake is geweest en er ook niet concreet naar verwezen wordt in de vaststellingsovereenkomst geldt deze niet. In de arbeidsovereenkomst was dit boetebeding los opgenomen van het relatie/non-concurrentiebeding, waardoor deze er niet automatisch deel vanuit maakt. In de communicatie rondom de vaststellingsovereenkomst is aangegeven dat de overeenkomst alle verplichten omvat die de partijen nog tegenover elkaar hebben en dat ze in de plaats komen van eerder afspraken. 

Schadevergoeding
Omdat de eiseres ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze schade heeft geleden onder de activiteiten van haar oud-werknemer heeft ze ook geen recht op een andere schadevergoeding. Er zijn wel een aantal oude klanten vertrokken, waaronder de broer van de gedaagde, maar dit lijkt meer te maken te hebben met het conflict wat ontstaan was tussen de eiseres en de gedaagde. 

Staken van concurrerende werkzaamheden
Is er inderdaad sprake van concurrerende werkzaamheden? De rechter oordeelt dat de oud-werknemer met zijn product niet concurreert met de oud-werkgever. Zowel zijn aanbod als de omvang en markt verschillen. Hij biedt een product aan dat de eiseres als bijproduct aanbiedt aan bedrijven. Zelf verkoopt hij het als hoofdproduct in andere hoeveelheden aan andere bedrijfstakken. 

Beslissing

De werkgever wordt in het ongelijk gesteld over de concurrerende werkzaamheden en de geleden schade. Daarom worden de proceskosten aan de zijde van gedaagde op haar verhaald. Deze zijn begroot op € 720,-

Ten slotte

Mocht u vragen hebben over het opstellen, het controleren of juridische expertise rondom een vaststellingsovereenkomst dan staat onze arbeidsrechtjurist u graag bij. U kunt contact met ons opnemen via het contactformulier of telefonisch

Uitspraak rechtbank Midden-Nederland, 26 februari 2020, zaaknummer 8252513 UV EXPL 20-3